Spin® injecties

De Spin® injectie technologie werd ontwikkeld om een antwoord te bieden op de beperkingen van de traditionele direct push technology (DPT) voor directe injectie van reagentia in de ondergrond in kader van bodemsanering.

Voor het inbrengen in de bodem van producten bij in-situ bodemsanering wordt wereldwijd zeer vaak gebruik gemaakt van de traditionele zogenaamde direct-push technologie (DPT). Bij deze techniek wordt een injectielans met conische punt in de bodem gedrukt of gehamerd. Tijdens het naar beneden gaan (top-down) of tijdens het optrekken van de lansen (bottomup) wordt product – vaak op discrete dieptes - in de bodem geïnjecteerd. Echter, door het inbrengen van de stangen met de conische punt, wordt het bodemmateriaal weggedrukt en dus gecompacteerd en worden de bodemporiën versmeerd ter hoogte van de injectieopeningen van de stangen. Als gevolg vermindert de doorlatendheid van de bodem drastisch en dient bij injectie met relatief hoge drukken te worden gewerkt om de producten in de omliggende bodemporiën te kunnen verspreiden. Vaak wordt de kritische injectiedruk daarbij overschreden waardoor ongewenst fracturing van de bodem en ongewenste kortsluitstromen ontstaan. Het injectieproduct kan hierbij zelfs aan de oppervlakte tevoorschijn komen (daylighting) of langs het boorgat naar boven komen (blowout). Daarnaast blijft de toegepaste (hoge) druk na het injecteren soms langere tijd in de bodem aanwezig (oa. in de gecreëerde fractures), waardoor bij het terugtrekken van de injectielansen product via het boorgat terug naar de oppervlakte komt, de zogenaamde reflux. Vooral bodems en bodemlagen die gevoelig zijn voor compactie en versmering (lemige en kleiige bodemtexturen) zijn gevoelig voor deze fenomenen van daylighting, blowout, fracturing en reflux.

Een bijkomende beperking van de traditionele direct-push technologie is het feit dat er voor het in de bodem drukken van de injectiestangen een vrij grote kracht noodzakelijk is. Deze kracht wordt enerzijds gegenereerd door de massa van de machine zelf, met als gevolg dat deze machines vaak zwaar en volumineus zijn waardoor toegankelijkheid in bebouwing geregeld een beperking vormt. Anderzijds worden – wanneer de massa van de machine onvoldoende is om de benodigde neerwaartse drukkracht te ontwikkelen – de injectiestangen in de grond gehamerd. Dit hameren resulteert in laterale vibraties en de vorming van een voorkeurskanaal voor het te injecteren product langsheen de injectiestangen. Dit voorkeurskanaal in combinatie met de hogere benodigde injectiedruk resulteert vaak in blowout langsheen de injectiestangen. Daarnaast komt het ook geregeld voor dat op een bepaalde diepte de injectiestangen als gevolg van de weerstand op de punt een bepaalde buiging gaan vertonen. Hierdoor ontstaat opnieuw een voorkeurskanaal langsheen de stangen en kan bovendien niet meer met zekerheid worden aangegeven waar de injectie van het product plaatsvindt.  

Begin 2015 werd vanuit bovenstaande vaststellingen gestart met de ontwikkeling van een eerste prototype Spin® met het oog op het elimineren van deze nadelen. Uit de eerste tests met dit prototype bleek het inderdaad mogelijk om een gepast antwoord te bieden op de bovenbeschreven beperkingen. De technologie werd de afgelopen 2 jaar op basis van de ervaringen tijdens het gebruik ervan intussen verder aangepast en verfijnd tot het huidige finale design.